Inberg, Albert Heinrich

04.08.1907 - 18.09.1944 (37 jaar)

Beroep: Mijnwerker
Woonplaats: Brunssum
Burgerlijke status: Gehuwd

Door het nieuwe monument is de geschiedenis van de fusilladeplaats Rozenoord opnieuw onder de aandacht gekomen. Een aantal nabestaanden van gefusilleerden die eerder niet bekend waren hebben contact opgenomen en nieuwe informatie verstrekt. Dit heeft geleid tot verder onderzoek waarbij een negende fusilladedatum naar voren is gekomen. Op 18 september 1944 zijn zes mannen gefusilleerd bij Rozenoord aan de Amsteldijk, waaronder Albert Inberg.

Albert Inberg was opzichter op de staatsmijn Hendrik te Brunssum. Hij was lid van het verzet en verleende hulp aan joden en vluchtelingen met onderdak. Hij maakte vermoedelijk deel uit van de groep Vredespaleis van H. Stakenborg. In de zomer van 1944 kwam Albert samen met stadsgenoten Edmond Maasen en Hartog Frinkel in aanraking met enkele provocateurs uit Amsterdam, die hem na een wapen- en dynamiettransport op 31 augustus 1944 aan de “Sipo” Sicherheitspolizei uitleverden. De mannen werden er van verdacht springstoffen uit de mijnen van Limburg te hebben weggenomen. Zij zouden zouden deze naar Amsterdam vervoerd hebben met het doel deze ter beschikking te stellen aan de verzetsbeweging. Uit naoorlogse bronnen blijkt dat men hiermee een aanslag wilde plegen op het Centraal Station van Amsterdam.

Op 18 september 1944 werd Albert aan de Amsteldijk – vermoedelijk door leden van de Sicherheitspolizei uit Amsterdam – gefusilleerd. Tot op heden is het onduidelijk of de mannen zijn gefusilleerd vanwege de misdaad waarvan zij verdacht werden of dat zij ‘zur besonderen verwendung‘ of als represaillemaatregel zijn gefusilleerd.

Postuum is Inberg op 14 oktober 1982 het Verzetsherdenkingskruis verleend. Hij is op bevel van de bezetter gecremeerd in Driehuis-Velsen. Zijn as is verstrooid.

 

Heeft u aanvullende informatie over Albert Heinrich Inberg? U kunt hier uw informatie toevoegen.

Uw gegevens:
Uw bijdrage: